‘In Noord-Amerika is de situatie vast hetzelfde als in Nederland.’

Situatie Nederland versus Noord-Amerika
Uit onderzoek blijkt dat tachtig procent van de ondernemingen in Nederland afhankelijk is van bankfinanciering. Dit percentage ligt in de Verenigde Staten compleet anders, daar wordt 75% van de leningen van bedrijven rechtstreeks geplaatst bij beleggers; slechts 25% van het aangetrokken vermogen komt van banken. Een ander belangrijk verschil is dat banken in Nederland veelal naar een monopoliepositie binnen de onderneming streven. Dit betekent, dat de bank bij voorkeur alle bancaire financieringen voor haar rekening neemt, in combinatie met aanvullende dienstverlening, zoals het betalingsverkeer en soms ook verzekeringen. De reden dat ondernemingen dit accepteren, is dat ze hierdoor veelal een aantrekkelijker financieringsvoorstel krijgen in de vorm van bijvoorbeeld een extra hoog bankkrediet en een lagere rente. Overigens speelt dit vooral bij MKB-ondernemingen.

Andere opstelling banken
In het algemeen zijn Nederlandse ondernemingen dus afhankelijker van hun banken. De veelgebruikte term ‘huisbank’ spreekt in die zin boekdelen. Een ander belangrijk verschil is dat bedrijven in Nederland in het algemeen financieringen aantrekken met een langere looptijd. In de Verenigde Staten werkt men minder met langdurige leningen en veel meer met kortstondige kredieten. De relatie met de bank is zodoende minder intiem (de term housebank kent men daar niet) en dit zorgt enerzijds voor meer vrijheid voor de onderneming. Anderzijds heeft dit als nadeel dat kredietvoorwaarden strenger zijn en de rentelasten hoger. Banken zijn in deze situatie dan ook sneller geneigd om kredieten in te trekken of niet te vernieuwen. Van een ‘love story’ is in de Verenigde Staten zeker geen sprake. De tijd die ondernemingen wordt gegund om ‘orde op zaken te stellen’ is in het algemeen beperkt.